
Krachttraining is een populaire vorm van lichaamsbeweging die niet alleen helpt bij het opbouwen van spiermassa, maar ook bijdraagt aan een betere gezondheid en fitheid. Een veel besproken fenomeen binnen de wereld van krachttraining is het concept van 'spiergeheugen'. Maar bestaat spiergeheugen echt, en zo ja, hoe werkt het dan? In dit artikel duiken we dieper in de wetenschap achter spiergeheugen en onderzoeken we de verschillende aspecten ervan.
Spiergeheugen verwijst naar het vermogen van het lichaam om bewegingen en vaardigheden te 'onthouden', zelfs na een lange periode van inactiviteit. In de context van krachttraining betekent dit dat spieren die ooit getraind waren, sneller weer in vorm komen na een periode van rust of verminderde activiteit. Dit fenomeen wordt vaak aangehaald door sporters en trainers als een reden om consistent te blijven trainen.
Hoewel de term 'spiergeheugen' suggereert dat de spieren zelf iets onthouden, is de realiteit complexer. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat er verschillende mechanismen zijn die bijdragen aan wat we spiergeheugen noemen:
Een groot deel van wat we spiergeheugen noemen, vindt plaats in ons zenuwstelsel. Wanneer we een nieuwe beweging leren, creëert ons brein nieuwe neurale verbindingen. Deze verbindingen worden sterker naarmate we de beweging vaker herhalen. Zelfs als we stoppen met trainen, blijven deze neurale paden bestaan, waardoor we de beweging sneller kunnen 'herinneren' wanneer we weer beginnen (Komi, 1986).
Spiergeheugen heeft ook een cellulaire component. Wanneer we onze spieren trainen, activeren we satellietcellen - een soort stamcellen in onze spieren. Deze cellen fuseren met bestaande spiervezels en voegen extra celkernen (myonuclei) toe. Deze extra myonuclei blijven aanwezig, zelfs als de spier krimpt door inactiviteit. Dit maakt het gemakkelijker voor de spier om weer te groeien wanneer we opnieuw beginnen met trainen (Gundersen, 2016).
Recent onderzoek suggereert dat krachttraining ook epigenetische veranderingen kan veroorzaken. Dit zijn wijzigingen in de manier waarop onze genen tot expressie komen, zonder de DNA-sequentie zelf te veranderen. Deze veranderingen kunnen langdurig zijn en bijdragen aan het fenomeen van spiergeheugen (Seaborne et al., 2018).
Het is belangrijk om te begrijpen dat spiergeheugen niet één enkel fenomeen is, maar eerder een verzameling van verschillende processen:
Dit verwijst naar het vermogen om bewegingen te onthouden en uit te voeren. Het is vooral relevant voor complexe bewegingen en technieken in krachttraining. Motorisch geheugen wordt voornamelijk geassocieerd met neurale adaptatie.
Dit betreft de aanpassingen in de stofwisseling van de spieren als gevolg van training. Spieren die eerder getraind zijn, kunnen efficiënter energie produceren en gebruiken, zelfs na een periode van inactiviteit.
Dit heeft betrekking op de fysieke veranderingen in de spieren, zoals de toename van myonuclei en de grootte van individuele spiervezels. Deze structurele veranderingen kunnen lang aanhouden en dragen bij aan snellere spiergroei bij het hervatten van training.
Het concept van spiergeheugen heeft belangrijke implicaties voor trainingsstrategieën:
Spiergeheugen is geen mythe, maar een complex fenomeen dat wordt ondersteund door wetenschappelijk onderzoek. Het omvat neurale, cellulaire en epigenetische aspecten die samen bijdragen aan het vermogen van ons lichaam om zich aan te passen aan en te profiteren van krachttraining. Door spiergeheugen te begrijpen en te benutten, kunnen sporters en fitnessenthousiastelingen hun trainingsprogramma's optimaliseren en langdurige voordelen behalen.
Het is echter belangrijk om te onthouden dat spiergeheugen geen excuus is om lui te worden. Consistent trainen blijft essentieel voor het behouden en verbeteren van fysieke fitheid. Spiergeheugen is eerder een troost voor degenen die gedwongen zijn een pauze in te lassen, en een motivatie om door te gaan met regelmatige lichaamsbeweging.
Meer blogs over voeding en (kracht)training? www.we-are.club/blogs .
Gundersen, K. (2016). Muscle memory and a new cellular model for muscle atrophy and hypertrophy. Journal of Experimental Biology, 219(2), 235-242.
Komi, P. V. (1986). Training of muscle strength and power: Interaction of neuromotoric, hypertrophic, and mechanical factors. International Journal of Sports Medicine, 7(S 1), S10-S15.
Seaborne, R. A., Strauss, J., Cocks, M., Shepherd, S., O'Brien, T. D., Van Someren, K. A., ... & Sharples, A. P. (2018). Human skeletal muscle possesses an epigenetic memory of hypertrophy. Scientific Reports, 8(1), 1898.

Contact
Eén klik op de knop kan het begin zijn van jouw transformatie. We zijn benieuwd naar wie je bent en waar we je mee kunnen helpen.
Mocht er binnen 24 uur geen contact zijn opgenomen, stuur ons dan een bericht via WhatsApp op ons mobiele nummer.