Overgang
Je eet niet anders dan vijf jaar geleden en toch komt er gewicht bij, vooral rond je buik. Dat ligt niet aan doorzettingsvermogen. In de overgang daalt je oestrogeenspiegel, verandert waar je lichaam vet opslaat en verlies je sneller spiermassa — en daardoor zakt je verbranding.
Dat is ook meteen het goede nieuws: het is geen karakterkwestie maar een verschuiving in je lichaam, en daar valt gericht op te sturen. Alleen niet met de aanpak die vroeger werkte.
Vier dingen tegelijk, en ze versterken elkaar.
Als de oestrogeenspiegel daalt, verandert waar je lichaam vet opslaat. Waar dat eerst op heupen en benen zat, komt het nu rond je buik terecht. Vaak zonder dat je zwaarder wordt — je vorm verandert.
Spierweefsel neemt in deze fase af als je er niets aan doet. Minder spiermassa betekent een lagere verbranding in rust, dus je komt aan bij precies hetzelfde eetpatroon als vijf jaar geleden.
Opvliegers en onrustige nachten verstoren de hormonen die honger en verzadiging regelen. Je hebt meer trek, vooral 's avonds, en dat is geen gebrek aan wilskracht.
De reflex is strenger diëten. Maar te weinig eten versnelt juist het verlies van spiermassa, waardoor je verbranding verder zakt. Daarom werkt wat vroeger werkte nu niet meer.
Als het probleem deels is dat je spiermassa verliest, dan is meer cardio niet het antwoord. Krachttraining wel: het is de enige prikkel die spierweefsel terugbouwt. Meer spiermassa betekent een hogere verbranding in rust, ook op de dagen dat je niet traint.
Daar komt bij dat krachttraining in deze levensfase ook je botdichtheid onderhoudt, wat na de overgang extra telt. Je traint dus niet alleen voor de spiegel.
Een groot deel van onze leden is vrouw tussen de 45 en 60. In de kennismaking kijken we wat je al hebt geprobeerd en waarom dat niet meer aanslaat.
Plan een gratis kennismakingMeer over afvallen met begeleiding of over buikvet verliezen. Trainen kan in Uden of Schijndel.