Vet verbranden
Een platte buik, minder cellulite: de vraag komt in allerlei vormen terug, en het antwoord is steeds hetzelfde. Je lichaam bepaalt zelf waar het vet vandaan haalt, niet jij met een oefening of een zweetband.
Hieronder waarom dat zo is, wat er dan wél meespeelt bij buikvet en cellulite, en wat je concreet kunt doen.
Voordat vet verbrand kan worden, moet het eerst vrijgemaakt worden. Daarvoor heeft je lichaam hormonen nodig zoals adrenaline, en twee soorten receptoren op je vetcellen: alfa-2 en bèta-2. De bèta-2-receptor maakt vet vrij. Elke vetcel heeft beide receptoren, maar de "probleemgebieden" — buik en heupen — hebben relatief meer alfa-2-receptoren dan bèta-2-receptoren. Dat is de biologische reden waarom vet daar het hardnekkigst is.
De kern blijft simpel: het aantal calorieën dat je eet ten opzichte van wat je verbrandt. Zit je lang genoeg in een negatieve energiebalans, dan maken ook de hardnekkige delen hun vet vrij zodat het verbrand kan worden. Je lichaam beoordeelt zelf, op basis van overlevingskansen, waar het als eerste vet vrijmaakt — en dat is dus geen keuze die jij met een oefening stuurt. Laat je dus niet verleiden door marketing die het tegendeel beweert, zoals fatburners die plaatselijk vet zouden aanpakken.
Buikvet heeft twee vormen: de vetlaag onder je huid, en visceraal vet tussen je organen en buikholte. Visceraal vet slaat je lichaam sneller op omdat het een kussen vormt dat je organen beschermt. Vetweefsel produceert ook leptine, het hormoon dat je een verzadigd gevoel geeft — werkt leptine niet goed, dan blijf je eten omdat je dat gevoel niet krijgt.
De hoofdreden voor te veel buikvet is een positieve energiebalans: meer eten dan je verbrandt. Daarnaast speelt je hormoonhuishouding een rol — hoge insuline- en cortisolwaarden zorgen dat je lichaam meer vet in de buikholte opslaat. Cortisol komt vrij bij stress, insuline bij suikerrijke maaltijden. En met het ouder worden vertraagt je stofwisseling geleidelijk, waardoor je sneller in een calorieoverschot terechtkomt.
Hoge vetwaarden op je buik verstoren de werking van je organen en stofwisseling. Onderzoek toont al jaren aan dat een teveel aan buikvet de kans op hart- en vaatziekten, diabetes en insulineongevoeligheid verhoogt.
Cellulite, medisch gynoïde lipodystrofie, ontstaat wanneer vetcellen groter worden en naar buiten gedrukt worden, met extra vochtopbouw in het weefsel als gevolg — vandaar de bobbelige " sinaasappelhuid". Iedere vrouw krijgt er wel op een of andere manier mee te maken, meestal tijdens de puberteit of een zwangerschap.
Onderzoek heeft nog geen waterdicht antwoord over de oorzaak, maar legt wel verbanden met hormonen: hormonale disbalans door hoge insulinewaarden of tijdens de menopauze, oestrogeen dat de vetcelactiviteit in de dijen verhoogt — cellulite komt bijna alleen bij vrouwen voor — en prolactine, dat cellulite beter zichtbaar maakt door een hogere vochtwaarde in het vetweefsel (de la Casa Almeida et al., 2013; Leszko, 2014).
Wordt cellulite minder door je leefstijl aan te passen? Onderzoek toont dit niet tot weinig aan, ondanks losse voorbeelden van mensen die er minder van hadden na een gezondere leefstijl. Om de kans zo groot mogelijk te maken: blijf actief, volg een voedingspatroon met een lage koolhydraatinname, en houd je stress laag.
Plaatselijk vet verbranden is niet mogelijk. Wel mogelijk: minder calorieën eten dan je verbrandt, op een realistische en duurzame manier, met genoeg krachttraining om je spiermassa te vergroten — dat verhoogt je verbranding in rust (je BMR). Geen "cool" antwoord, maar wel de waarheid. Het volledige actieplan voor buikvet, inclusief wat wél werkt op de lange termijn, staat op de pagina over buikvet verliezen. Speelt de overgang hierbij een rol, dan lees je dat op de pagina over afvallen in de overgang.
In een gratis kennismaking kijken we naar je hele voedings- en trainingspatroon, niet naar één probleemgebied.
Plan een gratis kennismaking