Stofwisseling

Waarom val ik niet af?

"Ik eet bijna niets en er gaat niets af." Dat is de zin die hier het vaakst valt. En het klopt vaak ook: een vertraagde stofwisseling bestaat, en je verbranding kán lager liggen dan een jaar geleden. Alleen komt dat zelden uit de lucht vallen — het is bijna altijd het gevolg van vier dingen die je zelf kunt omdraaien.

Hieronder staan die vier, plus het eerlijke antwoord op de vraag of je lichaam echt in de spaarstand schiet, en waarom de weegschaal je waarschijnlijk misleidt.

Vier oorzaken van een vertraagde stofwisseling

In deze volgorde, want de eerste weegt het zwaarst. Wil je je stofwisseling versnellen, dan begin je bovenaan.

Oorzaak 1

Te weinig krachttraining

Spiermassa is het weefsel dat in rust energie verbruikt. Verlies je spieren, dan zakt je verbranding mee. Daarom is krachttraining de meest directe manier om je stofwisseling omhoog te krijgen: je vergroot het weefsel dat de rest van de dag doorwerkt. Onderzoek laat zien dat zelfs een beperkte hoeveelheid krachttraining het dagelijkse energieverbruik en de vetverbranding meetbaar verbetert.

Oorzaak 2

Structureel te weinig eten

Om af te vallen heb je een energietekort nodig. Maar houd je dat tekort te groot of te lang aan, dan gaat je lichaam zich aanpassen: je verbrandt minder, je beweegt onbewust minder en je verliest naast vet ook spiermassa. Dan val je niet sneller af, maar juist langzamer — en het komt er na afloop harder in terug.

Oorzaak 3

Te weinig eiwit

Eiwit kost je lichaam relatief veel energie om te verwerken, en het is de bouwstof waarmee je spiermassa behoudt terwijl je afvalt. Eet je te weinig eiwit tijdens een tekort, dan haalt je lichaam de bouwstoffen uit je spieren. Precies het weefsel dat je verbranding op peil houdt.

Oorzaak 4

Dagelijkse activiteit onderschatten

Het grootste deel van wat je op een dag verbrandt zit niet in je training maar in alles daarbuiten: lopen, staan, traplopen, boodschappen, onrustig zitten. Ga je minder eten, dan daalt dat onbewust — je zakt vaker onderuit, je pakt sneller de auto. Dat verklaart bij veel mensen waarom de weegschaal stilstaat terwijl het schema op papier klopt.

De spaarstand van het lichaam: feit of fabel?

Met "de spaarstand" wordt bedoeld dat je lichaam bij te weinig eten zijn energieverbruik terugschroeft om de reserves te sparen. Het idee erachter: je lichaam denkt dat er honger dreigt en gaat zuiniger stoken.

Het eerlijke antwoord is dat dit deels waar is. Bij langdurige caloriebeperking treden er inderdaad aanpassingen op: je verbruikt minder energie in rust en je beweegt onbewust minder. Dat is gemeten en het is geen verzinsel.

Maar de omvang ervan wordt flink overschat. Die aanpassing verklaart niet dat je maandenlang niets kwijtraakt terwijl je in een tekort zit, want zo groot is het effect niet. Wat er dan meestal aan de hand is: het tekort is kleiner dan je denkt, of je onbewuste beweging is zoveel gezakt dat het tekort verdwenen is.

Praktisch komt het hierop neer: houd het tekort bescheiden, eet genoeg eiwit, doe krachttraining en blijf bewegen buiten je trainingen. Dan is er van een spaarstand nauwelijks iets te merken.

Waarom de weegschaal je misleidt

Je lichaamsgewicht is de som van vetmassa, spiermassa, botmassa en vocht. Van die vier schommelt vocht het hardst, en dat heeft niets met vetverlies te maken. Een zoute maaltijd, een zware training, je cyclus of een slechte nacht: allemaal genoeg voor een kilo verschil van de ene dag op de andere.

Meet je dus één dag tegen één andere dag, dan meet je vooral ruis. Daar komt bij dat je gewicht gelijk kan blijven terwijl je vet verliest en spiermassa opbouwt. Dan gebeurt er precies wat je wilt, maar zie je op de weegschaal niets.

Hoe je het wel doet

Weeg je elke ochtend op hetzelfde moment, en vergelijk het gemiddelde van deze week met het gemiddelde van vorige week. Dan valt de dagelijkse ruis weg en zie je de lijn eronder.

Wij meten daarnaast elke fase je vetpercentage en omvang. Dat is de reden dat leden hier ook door blijven gaan in de weken dat de weegschaal stilstaat: aan de rest van de cijfers zien ze dat het wél werkt.

En na je veertigste?

Er wordt vaak gezegd dat je verbranding met de leeftijd instort. Dat is niet wat er gebeurt. Wat wél gebeurt: vanaf ongeveer je dertigste verlies je geleidelijk spiermassa als je niets aan krachttraining doet. Minder spiermassa is een lagere verbranding, en dat stapelt zich over de jaren op.

Het is dus geen leeftijdskwestie maar een spiermassakwestie, en dat is goed nieuws: spiermassa kun je op elke leeftijd terugbouwen. Bij vrouwen speelt rond de overgang nog iets extra mee — dat staat op de pagina over afvallen in de overgang.

Uitzoeken waar het bij jou vastloopt

In een gratis kennismaking meten we waar je nu staat en kijken we welke van de vier oorzaken bij jou speelt. Je krijgt een concreet voorstel mee.

Plan een gratis kennismaking

Meer over afvallen met begeleiding of over buikvet verliezen.

Literatuur

  • Kirk, E. P. e.a. (2009). Minimal resistance training improves daily energy expenditure and fat oxidation. Medicine and Science in Sports and Exercise. PubMed
  • Redman, L. M. e.a. (2009). Metabolic and behavioral compensations in response to caloric restriction: implications for the maintenance of weight loss. PLoS ONE. PubMed